Home Laboratorium

Laboratorium

De EVBN beschikt over een uitgebreid laboratorium waar een groot aantal onderzoeken gedaan kan worden. Voor doorgestuurde patienten betekent dit dat het in veel gevallen mogelijk is om op korte termijn een diagnose te stellen op basis waarvan een prognose afgegeven en een therapie ingesteld kan worden. Omdat een deel van de anemie patiënten spoedpatiënten zijn is deze onafhankelijkheid van externe laboratoria, vooral tijdens de weekeinden, een groot voordeel.
Naast algemeen chemisch en haematologisch bloedonderzoek, microscopische beoordeling van uitstrijkjes van bloed en beenmergbiopten, Coombs test en reticulocytentelling beschikt het laboratorium van de EVBN over mogelijkheden voor bloedgroeptypering en stollingsonderzoek.

Bloedgroeptypering

Voor de bloedgroeptypering bij de hond wordt gebruik gemaakt van een gel test met monoclonale antilichamen tegen het canine DEA 1.1 antigeen. Honden worden hiermee aangemerkt als DEA 1.1 positief of DEA 1.1 negatief.
Katten worden onderzocht op voorkomen het A en het B antigeen op de erythrocyten en op die wijze aangemerkt als A, B of AB.

Dierenartsen kunnen bloedgroepbepalingen laten doen van zowel honden als katten. Hiervoor dient een EDTA-monster ingestuurd te worden van minimaal 0,5 ml, vergezeld van een inzendformulier.

Stollingsonderzoek

Een aantal stollingstijden kan in het laboratorium van de EVBN bepaald worden. Stollingsonderzoek is van  belang voor de diagnostiek van aangeboren stollingsproblemen zoals de ziekte van von Willebrand en de Haemophilie A. Verder speelt stollingsonderzoek een rol bij verdenking op vergiftiging met een coumarine derivaat (rattengif).
Dierenartsen die bloedmonsters in willen sturen dienen er rekening mee te houden dat stollingsonderzoek slechts mogelijk is in met citraat onstolbaar gemaakt bloed. Voor een betrouwbare uitslag dient het monster binnen twee uur op het laboratorium te zijn. Om die reden kan het handiger zijn om de patient te sturen in plaats van een bloedmonster.