Behandeling van patienten

Algemeen

Ook bij honden en katten komen aandoeningen voor waarbij het bloed niet voldoende meer in staat is om de normale taken naar behoren uit te voeren. Er is een flink aantal bloedziekten bij huisdieren bekend. Afbraak van bloedcellen, stollingsstoornissen, vergiftigingen, infecties, bloedparasieten, afwijkingen aan de rode bloedcellen, bloedkanker enz. Zeer verschillende bloedziekten met verschillende oorzaken, maar vaak wel met hetzelfde gevolg: bloedarmoede. En omdat de belangrijkste functie van het bloed, het transport van zuurstof, letterlijk van levensbelang is, leidt bloedarmoede al snel tot een levensbedreigende situatie waarbij snel en deskundig ingrijpen noodzakelijk is. Dierenarts Cris van der Meiden, oprichter van de Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland, heeft zich gespecialiseerd in het onderzoek en de behandeling van honden en katten met bloedziekten. In 2011 heeft hij de EVBN uitgebreid met een Behandelcentrum voor bloedziekten.

Waarom behandelcentrum voor bloedziekten?
  • Deskundigheid en ervaring op het gebied van de diagnostiek en behandeling van bloedziekten bij honden en katten
  • Snelle diagnose door uitgebreide laboratoriumfaciliteit
  • Bloed en bloedproducten van diverse bloedgroepen aanwezig
  • Intensive care opname met 24 uurs bewaking
  • 24 uur per dag bereikbaar, 7 dagen per week
  • Behandeling wordt vergoed door de meeste ziektekostenverzekeraars
Meer weten of een afspraak maken?

U kunt ons op werkdagen telefonisch bereiken van 9.00 tot 17.00 uur. Een e-mail kunt u sturen sturen naar behandelcentrum@evbn.nl

Spoed

Ook voor spoedgevallen kunt u bellen met 0548 61 88 65. Buiten de openingstijden wordt u automatisch doorverbonden met de dierenarts van dienst.

Onderzoek en behandeling vindt uitsluitend plaats na telefonische afspraak. Op werkdagen zijn wij van 9.00 tot 17.00 uur bereikbaar voor informatie of voor het maken van een afspraak. Voor spoedgevallen buiten de openingsuren wordt u automatisch doorgeschakeld naar de dierenarts van dienst.   Telefoon: 0548 618 865

Het onderzoek

Tijdens het eerste onderzoek wordt uw dier uitgebreid lichamelijk onderzocht en horen wij van u graag zo compleet mogelijk de ziektegeschiedenis van uw hond of kat. Zaken als eetlust, wateropname (veel of weinig), ontlasting, kleur van de urine en uithoudingsvermogen zijn belangrijk voor het stellen van de diagnose. Maar ook willen wij graag weten of er sprake is van recente vaccinaties, medicijngebruik of verblijf in het buitenland. Heeft uw eigen dierenarts inmiddels onderzoeken gedaan of is er al een behandeling ingesteld, vraagt u dan uw dierenarts om de gegevens naar ons toe te sturen of aan u mee te geven. Meestal wordt tijdens het eerste onderzoek bloed afgenomen voor onderzoek. De eerste resultaten daarvan zijn na ongeveer een half uur bekend en deze worden met u besproken. Het is niet in alle gevallen direct mogelijk om een definitieve diagnose te stellen. Soms zijn meer laboratoriumonderzoeken nodig, moeten röntgenfoto’s gemaakt worden of is een echo-onderzoek noodzakelijk. Een en ander gebeurt natuurlijk alléén nadat het met u besproken is.

Bloedtransfusie

Als de bloedarmoede ernstig is kan direct een bloedtransfusie gegeven worden. Hiervoor is bloed van de verschillende bloedgroepen voorradig.

Opname

Soms is het noodzakelijk om de hond of kat op te nemen voor verder onderzoek, of behandeling. Hiervoor is een aantal redenen.

  • Een eventuele bloedtransfusie duurt enkele uren, en ook de uren daarna zal de patiënt nauwlettend in het oog gehouden moeten worden.
  • Opname geeft de mogelijkheid om een infuus aan te leggen. Dit infuus geeft ons de mogelijkheid de patiënt te stabiliseren. Eventueel kan via het infuus medicatie toegediend worden.
  • De toestand van een patiënt met een bloedziekte kan soms snel verslechteren. Door het dier op te nemen en 24 uur per dag in de gaten te houden, kunnen we snel handelen als dat nodig is.
  • Opname op de kliniek maakt het mogelijk om dagelijks het effect van de behandeling te beoordelen en eventueel bij te stellen. Bij de meeste patiënten zal regelmatig bloed afgenomen worden voor onderzoek.
  • Patiënten met ernstige bloedarmoede hebben rust nodig.

Opgenomen patiënten worden 24 uur per dag bewaakt. Tijdens de opnameperiode houden wij u voortdurend op de hoogte van de ontwikkelingen.

Bezoek

In overleg kunt u uw opgenomen dier bezoeken. Hiervoor kunt u telefonisch een afspraak maken.  

De bloedtransfusie

Inleiding

Hoe ver de geschiedenis van de bloedtransfusies exact terug gaat is niet geheel duidelijk. Zeker is wel dat rond het midden van de 17e eeuw de Franse arts Jean Baptiste Denis bloed van lammeren toediende aan mensen. Bij deze vroege bloedtransfusies traden dus dieren op als donor. Het zou echter nog enkele eeuwen duren voordat dieren ook bloed gingen ontvangen. Anno 2012 is het toedienen van een bloedproduct aan een hond of een kat een regelmatig uitgevoerde behandeling geworden. Een ontwikkeling waarbij de oprichting van de Eerste Veterinaire Bloedbank Nederland (EVBN) ongetwijfeld een grote rol gespeeld heeft. De EVBN heeft altijd bloed op voorraad en is in staat om 24 uur per dag 7 dagen per week, bloed te leveren aan dierenartsen in heel Nederland, Belgie en Duitsland. Voor het veilig toedienen van bloed aan dieren gelden dezelfde regels en voorzorgen als bij mensen. De vele overeenkomsten tussen de rode bloedcellen van mensen, honden en katten maken dat bij bloedtransfusies bij dieren nogal eens gebruik gemaakt wordt van de kennis en ervaring met betrekking tot bloedtransfusies bij de mens. Transfusiereacties, dat wil zeggen vervelende en soms zelfs levensbedreigende reacties van het lichaam van de ontvanger van het bloed, dienen net als bij mensen ook bij honden en katten voorkomen te worden. Bloedgroepen zijn om die reden ook bij honden en katten van belang, al zit het met name bij honden wel iets anders dan bij mensen. Overdracht van ziekten via een bloedtransfusie is bij mensen een risico en dat is het bij honden en katten ook. De donoren van de EVBN worden daarom gecontroleerd op de aanwezigheid van via het bloed overdraagbare ziekten. De meeste patiënten hebben slechts behoefte aan een onderdeel van het bloed. Het bloed zoals het wordt afgenomen bij de donor wordt volbloed genoemd. Bij de EVBN wordt volbloed gescheiden in verschillende onderdelen: rode bloedcellen, bloedplasma en een concentraat van stollingsfactoren. Het toedienen van volbloed is voor de meeste patiënten niet geschikt. Het onnodig toedienen van overbodige bloedcomponenten geeft onnodige risico’s. Want een bloedtransfusie is nooit 100% zonder risico. Voor patiënten met ernstige bloedarmoede is de bloedtransfusie echter levensreddend.

Indicaties voor het geven van een bloedtransfusie

Bloedcellen Ernstige bloedarmoede is een belangrijke indicatie voor een transfusie. As de bloedarmoede te ernstig wordt zal het dier zonder een transfusie  niet overleven en is een bloedtransfusie een levensreddende noodzaak. De mate van bloedarmoede kan uitgedrukt worden in de hematocrietwaarde. Bij een hond is die normaal tussen de 0,40 en 0,50 en bij de kat tussen de 0,25 en 0,35. Of een bloedtransfusie noodzakelijk is hangt onder andere af van de hematocriet. Honden en katten met bloedarmoede krijgen een concentraat van rode bloedcellen, packed cells genoemd. Bloedplasma Een andere reden voor een transfusie is een gebrek aan stollingsfactoren. Dit zijn stoffen die noodzakelijk zijn voor het stollen van het bloed in geval van een bloeding. Een aangeboren stollingsstoornis, uitgebreid bloedverlies, maar ook een vergiftiging door rattengif leiden tot spontane bloedingen door een tekort aan stollingsfactoren. Deze dieren krijgen een transfusie met bloedplasma. Een andere reden om bloedplasma toe te dienen is de aanwezigheid van een ernstige virusinfectie, bijvoorbeeld Parvo bij de hond. Met een plasmatransfusie krijgt het dier antistoffen toegediend waarmee de infectie bestreden kan worden.

De gang van zaken

Voorafgaand aan de bloedtransfusie wordt bloed afgenomen voor het bepalen van de bloedgroep. Verder wordt een zogenaamde crossmatch uitgevoerd. Met deze test wordt onderzocht of het mengen van het bloed van de donor met dat van de patiënt geen ongewenste reacties veroorzaakt. Met name wordt gekeken of er misschien klontering of agglutinatie optreedt. Als dit het geval is dan is het bloed dus niet geschikt voor de patiënt en zal een andere zak gebruikt moeten worden. Met name bij katten gebeurt het nog wel eens dat de crossmatch uitwijst dat het donorbloed ongeschikt is voor de betreffende patiënt. Het bloed of bloedplasma wordt toegediend via een canule, een dun plastic slangetje dat in een bloedvat wordt gebracht en zorgvuldig wordt vastgemaakt. In de meeste gevallen zal dit in een voorpoot gedaan worden en in een enkel geval in de halsader. Het bloed wordt verwarmd tot ongeveer 30 graden en vervolgens via een druppelpomp toegediend. De druppelpomp geeft de mogelijkheid om de toedieningssnelheid nauwkeurig te regelen. Bovendien geeft dit apparaat een alarm op het moment dat het bloed om wat voor reden dan ook niet langer goed loopt. De totale transfusie zal minstens 1 uur en vaak wel enkele uren in beslag nemen.